“Zit Kat, zit!”
De dame die deze woorden met zwaar bekakt accent uitsprak, was van het nette “stuck-up” type. Ik was dan ook danig verward toen een snelle blik naar de grond me deed beseffen dat ze deze tekst zei tegen haar… hond. Nou ben ik niet trots op vooroordelen, maar dat deze chique dame de loligheid bezat om haar hond ‘kat’ te noemen, kon ik me simpelweg niet voorstellen. De kleine terriër (het eigenwijze, vasthoudende, felle ras) was allerminst van plan om te gaan zitten, dus de ‘Zit Kat, zit” werd steeds vinniger. Tot de situatie tot een climax kwam en de dame roodaangelopen met een verheven stem riep “ZIT, Kathelìjne, ZIT!” Zitten ging ze natuurlijk niet, maar ik kon weer rustig ademhalen. Mijn vooroordeel kon blijven bestaan, en sterker nog, de dame verstevigde het zelfs nog even.
oktober 21, 2007 at 6:00 pm
Leuk! Halverwege je stukje schoot al door m’n hoofd dat het wel eens een afkorting kon zijn. Je hoort wel vaker dat huisdieren heel ingewikkelde namen krijgen, en dat terwijl de trend voor kindernamen juist is om namen kort te houden! Vroeger heette de hond Bas en het kind Valentijn; tegenwoordig is het eerder andersom.