Een willekeurige anekdote vanochtend in de overvolle wachtkamer van een KNO-polikliniek:
Utrecht. 10:50. Ik loop de KNO-polikliniek binnen met een al 3 maanden durende dubbele oorontsteking. Ik krijg een dossiermap en nummertje 130. Heel bewust kies ik voor een stoeltje naast een jonge moeder met een jochie van een jaar of 5. Het is dat of een krappe plek naast een 200 kilo ogende man met een rochel die klinkt alsof elke de laatste kan zijn. (Tip: kies je zitplek in een ziekenhuiswachtruimte altijd met veel aandacht voor de signalen die het leven je geeft, want dit zijn de strategische keuzes in het leven die het verschil maken tussen het oplopen van een wekenlange mysterieuze ziekte of enkel een verstopte neus… Als je ergens ziek wordt, is het tenslotte wel het ziekenhuis!) Moeder met kind dus! Het lijkt me zelfs wel gezellig om naast dit moeder-kind tafereel te kruipen! En gezellig is het. Tot het kind zich begint te vervelen en moeder hoopvol wijst naar een boek dat in de kinderhoek ligt. Kind kruipt met boek op schoot en moeder schraapt haar keel voor een voorlessessie. Kind steekt duim in de mond en ik sluit mijn ogen en we maken ons met zijn 3-en op voor een ontsnapping van op zijn minst 10 minuten, ver weg uit deze ruimte vol hoestende, proestende, rochelende, snot-uitende mensen, op naar een mooie fantasiewereld… Tovenaars, hemelachtige omgevingen, prinsen, prinsessen en ach vooruit, voor de balans een trol of wat. Geen Kwaad zonder Goed. En moeder begint te lezen. Over de kers Kars en zijn vriendje, Kleintje.
“Kars krijgt spetters in zijn gezicht. Ze smaken zuur! Uit de bruine berg spuit groen sap omhoog met er bovenop een stuk vlees. En dan opeens komen er bruine bellen omhoog. Pats! Gadver, als ze knappen stinken ze naar rotte eieren! En het is er niet 1, maar er komen er steeds meer omhoog. Dan zien ze een bruin wezentje dat zegt ‘Ik ben 1 van de dunne darmmannetjes. Dit is de poepfabriek! Zie je die bruine drap achter ons? Dat is spuitpoep!’ En dan schuift de vloer onder hun voeten weg en plonzen ze samen in een plas spuitpoep. Een poepfabriek die spuitpoep maakt, die heeft vast teveel kersen gegeten…, denkt Kars”.
Ik open voorzichtig mijn ogen en kijk toetsend naar de andere wachtende patienten om te zien of ik dit verhaal in mijn eigen hoofd aan het creëren ben, of dat moeder deze woorden echt hardop uit haar mond laat komen. Twee nogal chique mevrouwen kijken minzaam onze kant op terwijl ze afkeurend een vinger langs hun neus laten gaan en hun kelen schrapen. Ineens zie ik de rode gloed die over moeders wangen opkomt en ze zegt verlegen door haar eigen woorden ’sorry hoor…’ tegen me. En dan werp ik een snelle, angstige blik op het boek dat moeder open op schoot heeft liggen. Chapeau! Een getalenteerd (?) illustratrice heeft zich van haar beste, bruinste kant laten zien om ons spijsverteringsstelsel zo misselijkmakend mogelijk weer te geven, omgeven met lachende poppetjes. Alsof er reden is tot lachen in een poepfabriek die spuitpoep aan het maken is! “Vertel verder!” zegt het jochie. Het verhaal gaat door. En langzaam begint mijn buik geluiden te maken die de tekst die moeder voorleest angstaanjagend treffend ondersteunen. Daardoor besef ik ineens dat ik door te laat opstaan geen tijd had om iets te eten. En dan komt ‘ie met kracht op… de misselijkheid! In het verhaal gaan we inmiddels van de dunne darm naar de 12-vingerige darm maar ik stap uit. Ik voel dat ik niet veel langer moet blijven zitten. Als ik tenminste de volle wachtkamer niet wil confronteren met een stukje educatie over wat er gebeurt als (het laatste restje) eten de poepfabriek niet op de bedoelde manier verlaat. Ik zie op de display dat we in de afgelopen 45 minuten niet verder zijn gevorderd dan van patient 123 naar 126 dus mijn nummer 130 heeft nog wel even. Ik hoor moeder met kleine zweetpareltjes op het voorhoofd nog tegen zoonlief zeggen ‘wat een gek boekje he..?’ als ik mijn dossiermap oppak en naar de balie loop. Met een strak gezicht zeg ik ‘ik ga even een broodje eten mevrouw’ en spoed mijzelf naar de binnenkomsthal van het ziekenhuis. Ik bestel een broodje en haast het naar binnen om de misselijkheid te stillen. Nog geen 5 minuten later loop ik met een nog wat weeïg gevoel in mijn buik terug naar de wachtruimte. Ik werp nog even een snelle blik op de display voor ik op de stoel kruip waar ik net zat. En zie… dat nummer 131 aan de beurt is… Zucht… en met mijn nummertje 130 loop ik maar weer naar de balie…
* Voor wie het niet kan laten: http://winkel.bruna.nl/Boeken/Kinderboeken/Gezondheid/9080811394.htm
(Een ander boekje dat ik na dit gebeuren op de kindertafel zag liggen was ‘Girafje en de huisstofmijtjes’. Kan de inkoper van de kinderartikelen in het Diakonessenhuis a.u.b. ontslagen worden? Of op zijn minst voorzien van goedbedoeld advies… dank u!)
september 9, 2007 at 11:07 pm
Ik heb meteen het boekje besteld om de afloop van de spuitpoep te lezen! Vast een spetterend einde